U bent hier: Home - Risico's - Gevaarlijke stoffen

Printvriendelijke versie

 
 
 

4.1. Gevaarlijke stoffen




Werken met gevaarlijke stoffen
Werknemers in de platte dakensector kunnen naast de bovengenoemde gevaarlijke stoffen worden blootgesteld aan kwartsstof (grind), houtstof of asbest.
Veilig omgaan met gevaarlijke stoffen kan alleen als bekend is met welke stoffen wordt gewerkt en wat de risico’s zijn. Bij de keuze van materialen moet rekening worden gehouden met de gevaren die bij de verwerking kunnen optreden. Daarnaast geven bepaalde werkmethoden een grotere blootstelling aan gevaarlijke stoffen dan andere.

Of werken met een product gezondheidsschadelijk is, hangt ook af van de wijze waarop men eraan wordt blootgesteld. Dit wordt mede bepaald door de verwerkingsmethode, de werkomstandigheden, de omgevingscondities, de mate van kennis, specialisatie, maar ook de fysieke conditie van de werknemer. In dit kader is het nuttig goed kennis te nemen van publicaties en onafhankelijke wetenschappelijke rapporten van de belangrijkste brancheorganisaties op het gebied van dakmaterialen zoals Probasys en VEKUDAK.

Ook is het effect van stof op de gezondheid afhankelijk van de schadelijkheid van het stof en de hoeveelheid (concentratie) stof in de lucht. Daarnaast wordt de kans op gezondheidsschade bepaald door hoelang men in het stof moet werken, de gevoeligheid voor stof en de zwaarte van het werk. Bij zwaar werk wordt dieper ingeademd waardoor per saldo meer stof wordt ingeademd.

De gevolgen verschillen per product of stof. Van sommige producten of stoffen krijgt men huidirritatie (eczeem), van andere irritatie/ontstekingen aan luchtwegen (astma) en van weer andere hoofdpijn. Voorbeelden hiervan in de dakbedekkingsbranche zijn THF lasvloeistof en het vrijkomen van isolatievezels bij het zagen van isolatieplaten.

Langdurig met gezondheidsschadelijke stoffen werken kan zelfs tot heel ernstige aandoeningen leiden. Een van de belangrijkste risico’s van gevaarlijke stoffen op het werk is dat blootstelling niet altijd direct zichtbaar of merkbaar is. Gezondheidsklachten bijvoorbeeld, kunnen pas na jaren verschijnen. Denk aan longkanker als gevolg van blootstelling aan kwartsstof of asbestose als gevolg van blootstelling aan asbest.

Brancheafspraak BIKUDAK: Werken met kwartsstof

Brancheafspraak BIKUDAK: Werken met bitumen

Opslag gevaarlijke stoffen
Werkgevers en werknemers zijn verplicht om zorgvuldig om te gaan met de opslag, het transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen op de eigen bedrijfslocatie en tijdens de uitvoering van hun dakprojecten. In de praktijk zal het vaak gaan om de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en gasflessen.

In het volgende kader staan algemene tips met betrekking tot de opslag van gevaarlijke stoffen.
Per situatie zal aan de hand van de arbeidshygiënische strategie moeten worden bepaald welke maatregelen moeten worden gevolgd en de volgorde van belangrijkheid. In onderstaand overzicht enkele adviezen voor de opslag van gevaarlijke stoffen.

Brancheafspraken BIKUDAK: opslag gevaarlijke stoffen:
  • gebruik stoffen die minder gevaarlijk zijn;
  • beperk de hoeveelheid gevaarlijke stoffen;
  • zet vloeibare gevaarlijke stoffen in een lekbak;
  • zorg dat het personeel goed op de hoogte is van de gevaren (veiligheidsinformatiebladen) en adequaat kan reageren op onvoorziene situaties;
  • maak iemand verantwoordelijk voor opslag van gevaarlijke stoffen op de bedrijfslocatie/dakprojecten;
  • ruim de werkplek / opslagplaats altijd netjes op;
  • zorg voor een overzichtelijke opslag, zet stoffen niet door elkaar;
  • de etiketten op de verpakkingen moeten goed zichtbaar zijn.
  • voer lege verpakkingen en gevaarlijk afval zo snel mogelijk af;
  • eet en drink niet op de werkplaats en was uw handen na het werk;
  • zet brandblussers altijd op een goed bereikbare plek en niet tussen de gevaarlijke stoffen;
  • zorg voor de juiste voorzieningen voor bedrijfshulpverlening, zoals een oogspoeldouche en EHBO-middelen;
  • rookverbod: geen rook of vuur in of in de nabijheid van de opslagplaats.

Toelichting voor gebruik van begrippen schadelijke en gevaarlijke stoffen

Welke beroepen hebben te maken met gevaarlijke stoffen?

Dakdekker bitumen en kunststof daken
Magazijnmedewerker / (heftruck)chauffeur


Wat zegt de wet- en regelgeving?


Wettelijke verplichtingen

Arbobesluit: Hoofdstuk 4 afdeling 1 Gevaarlijke stoffen

Arbobesluit: Artikel 4.1 Definities
  • Gevaarlijke stoffen zijn stoffen, mengsels of oplossingen van stoffen waaraan werknemers bij de arbeid blootgesteld (kunnen) worden en die vanwege de eigenschappen van of de omstandigheden waaronder die stoffen, mengsels of oplossingen voorkomen gevaar voor de veiligheid of gezondheid kunnen opleveren;
  • De grenswaarde is het uiterste blootstellingniveau aan een gevaarlijke stof in de individuele ademhalingszone van een werknemer gedurende een gespecificeerde referentieperiode;
  • Een ongewilde gebeurtenis is een plotselinge situatie, ongeval, voorval of noodsituatie die gevaar oplevert voor veiligheid en gezondheid van de werknemer of zijn omgeving, en die gelet op de toegepaste stoffen, procedés en maatregelen niet is voorzien.

Arbobesluit: Artikel 4.1B Zorgplicht van de werkgever
  1. In alle gevallen waarin werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, zorgt de werkgever voor een doeltreffende bescherming van de gezondheid en veiligheid van de werknemer.
  2. Aan het bepaalde in het eerste lid wordt voldaan indien:
    1. in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, de aard, mate en duur van de blootstelling is beoordeeld in overeenstemming met artikel 4.2;
    2. doeltreffende maatregelen zijn getroffen ter voorkoming of beperking van de blootstelling in overeenstemming met de artikelen 4.1c en 4.4 dan wel in overeenstemming met de artikelen 4.174.18 en 4.19;
    3. preventieve maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van ongewilde gebeurtenissen in overeenstemming met artikel 4.6.

Arbobesluit: Artikel 4.1C Beperken van blootstelling; algemene preventieve maatregelen
  1. In alle gevallen waarin arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt, in het kader van artikel 3 van de wet, de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen voorkomen of geminimaliseerd door:
    1. het ontwerp en de organisatie van de arbeidssystemen op de werkplek;
    2. gebruik te maken van adequate arbeidsmiddelen;
    3. gebruik te maken van adequate voorzieningen bij het uitvoeren van reparatie- of onderhoudswerkzaamheden;
    4. het aantal werknemers, dat wordt of kan worden blootgesteld te minimaliseren;
    5. de mate en duur van de blootstelling te minimaliseren;
    6. huidcontact te voorkomen of te minimaliseren door het dragen van doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen;
    7. de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht te nemen;
    8. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen op de werkplek zoveel mogelijk te beperken;
    9. passende werkmethoden in te voeren, met inbegrip van regelingen voor de veilige behandeling, opslag en vervoer op de werkplek van gevaarlijke stoffen en van afvalstoffen die gevaarlijke stoffen bevatten;
    10. arbeid slechts te laten verrichten door personen die in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand verkeren en op het gebied van die arbeid over een zodanige basiskennis beschikken, dat zij voldoende in staat zijn de daaraan verbonden gevaren te onderkennen en te voorkomen;
    11. te zorgen dat op plaatsen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, niet wordt gerookt, gegeten, gedronken, geslapen of voedsel wordt bewaard.

Arbobesluit: Artikel 4.2 Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen
  • Als werknemers blootgesteld (kunnen) worden aan gevaarlijke stoffen, moet de werkgever inventariseren:
    • aan welke stoffen werknemers worden blootgesteld;
    • wat de gevaren zijn van deze stoffen;
    • wanneer en hoe de blootstelling kan plaatsvinden;
    • hoe groot de blootstelling is.
  • Voor het vaststellen van blootstellingniveaus wordt gebruik gemaakt van geschikte meetmethodes of kwantitatieve evaluatiemethodes. Hierbij wordt rekening gehouden met:
    • de veiligheidsinformatiebladen van de leverancier of andere toegankelijke bronnen;
    • de omstandigheden tijdens werkzaamheden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (bijvoorbeeld zware lichamelijke inspanning);
    • de redelijkerwijs voorziene gebeurtenissen die kunnen leiden tot toename van de blootstelling (bijvoorbeeld periodiek onderhoud).
  • De inventarisatie wordt regelmatig herzien, ook indien er preventieve maatregelen zijn getroffen, in ieder geval bij aanvang van nieuwe werkzaamheden met gevaarlijke stoffen en bij gewijzigde omstandigheden, of als de resultaten van arbeidsgezondheidskundige onderzoeken hier aanleiding toe geven.

Arbobesluit: Artikel 4.2A Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, aanvullende registratie
Indien op de arbeidsplaats in verband met de aard van de werkzaamheden die daar worden uitgevoerd, gevaarlijke stoffen plegen voor te komen die bij of krachtens de Wet milieubeheer worden ingedeeld in de categorie «voor de voortplanting vergiftig», bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, onder n, van die wet.

Alsmede stoffen als bedoeld in richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG L 196) die met de waarschuwingszin R64 worden gekenmerkt overeenkomstig de criteria in paragraaf 3.2.8 van bijlage VI bij deze richtlijn, worden met betrekking tot die stoffen in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in aanvulling op artikel 4.2, de volgende gegevens vermeld:

  1. de hoeveelheid van de stof die per jaar pleegt te worden vervaardigd of gebruikt dan wel aanwezig pleegt te zijn in verband met opslag;
  2. het aantal werknemers dat arbeid pleegt te verrichten op de arbeidsplaats waar de stof pleegt voor te komen;
  3. de vorm van de arbeid die met de stof pleegt te worden verricht.

Arbobesluit: Artikel 4.3 Grenswaarden
  1. Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot in die regeling aangewezen gevaarlijke stoffen grenswaarden vastgesteld.
  2. Indien er geen wettelijke grenswaarde voor een bepaalde gevaarlijke stof is vastgesteld, stelt de werkgever een grenswaarde voor die stof vast. Deze grenswaarde is op een zodanig niveau vastgesteld dat er geen schade kan ontstaan aan de gezondheid van de werknemer.
  3. Bij overschrijding van een grenswaarde worden, met inachtneming van artikel 4.4, onverwijld doeltreffende maatregelen genomen om de concentratie terug te brengen tot beneden die waarde.
  4. Zolang de maatregelen, bedoeld in het derde lid, nog niet volledig ten uitvoer zijn gelegd of niet tot een doeltreffende bescherming leiden, wordt de arbeid alleen voortgezet, indien doeltreffende maatregelen zijn genomen om schade aan de gezondheid van de werknemers te voorkomen.

Arbobesluit: Artikel 4.4 Arbeidshygiënische strategie
  1. Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, blijkt dat er gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers bestaat, zijn doeltreffende maatregelen genomen om te voorkomen dat de werknemers bij hun arbeid kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen in zodanige mate, dat hun veiligheid in gevaar kan worden gebracht of dat schade kan worden toegebracht aan hun gezondheid.
  2. Voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, worden bij de toepassing van het eerste lid gevaarlijke stoffen vervangen door stoffen waarbij de werknemers, gelet op de eigenschappen van die stoffen, de aard van de arbeid, de werkmethoden en de werkomstandigheden, niet of minder aan gevaar voor hun veiligheid of gezondheid worden blootgesteld.
  3. Indien vervanging redelijkerwijs niet mogelijk is of indien er nog een gevaar voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers resteert, worden voor de toepassing van het eerste lid, zodanige technische maatregelen, werkprocessen, uitrustingen en materialen toegepast, dat het vrijkomen van gevaarlijke stoffen is voorkomen of zodanig beperkt, dat gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers is voorkomen of zoveel mogelijk verminderd.
  4. Voor zover de maatregelen, genoemd in het tweede en derde lid, redelijkerwijs niet mogelijk zijn of het gevaar voor de veiligheid of de gezondheid niet volledig wegnemen, worden voor de toepassing van het eerste lid collectieve beschermingsmaatregelen bij de bron of organisatorische maatregelen getroffen, zodanig dat gevaar voor de veiligheid of de gezondheid wordt voorkomen.
  5. Voor zover de maatregelen zoals genoemd in het tweede, derde en vierde lid, redelijkerwijs niet mogelijk zijn of het gevaar voor de veiligheid of de gezondheid niet volledig wegnemen, worden voor de toepassing van het eerste lid, daarvoor geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld.
  6. De duur van het dragen van de persoonlijke beschermingsmiddelen, bedoeld in het vijfde lid, wordt voor ieder van de werknemers tot het strikt noodzakelijke beperkt.

Arbobesluit: Artikel 4.5 Ventilatie
  1. Indien verontreinigde lucht wordt afgevoerd, is gelijktijdig voldoende toevoer van niet-verontreinigde lucht gewaarborgd.
  2. Het is verboden lucht die een gevaarlijke stof bevat, opnieuw in circulatie te brengen naar een arbeidsplaats waar de betreffende stof niet aanwezig is.
  3. Het is verboden de lucht, die een stof bevat als bedoeld in het vierde lid opnieuw op dezelfde arbeidsplaats in circulatie te brengen, tenzij de werkgever aantoont dat de concentratie van een stof als bedoeld in het vierde lid in de lucht die wordt toegevoerd aan die arbeidsplaats, ten hoogste één tiende deel van de voor die stof vastgestelde grenswaarde bedraagt.
  4. Dit artikel is van toepassing op de volgende stoffen:
    1. kankerverwekkende en mutagene stoffen als bedoeld in artikel 4.11, onderdelen b en d;
    2. een stof die vrijkomt bij een kankerverwekkend proces als bedoeld in artikel 4.11, onderdeel c.

Arbobesluit: Artikel 4.6 Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen
  1. In alle gevallen waarin werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen zijn zodanige maatregelen getroffen dat het gevaar, dat zich met betrekking tot die stoffen of met betrekking tot de arbeid met die stoffen een ongewilde gebeurtenis voordoet, zoveel mogelijk is vermeden. Met name worden maatregelen getroffen om:
    1. de aanwezigheid van gevaarlijke concentraties van ontvlambare stoffen of gevaarlijke hoeveelheden chemisch onstabiele stoffen op de werkplek te voorkomen of, wanneer dat gezien de aard van de werkzaamheden niet mogelijk is;
    2. ervoor te zorgen dat er geen ontbrandingsbronnen aanwezig zijn die brand en explosies kunnen veroorzaken, of om ongunstige omstandigheden te vermijden die ertoe kunnen leiden dat chemisch onstabiele stoffen of mengsels van stoffen ongelukken met ernstige fysieke gevolgen veroorzaken, en
  1. De schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers als gevolg van brand en explosies ten gevolge van het ontbranden van ontvlambare stoffen, of ernstige fysieke gevolgen ten gevolge van ongelukken veroorzaakt door chemisch onstabiele stoffen of mengsels van stoffen te verminderen.
  2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn afgestemd op de aard van de activiteiten, waaronder begrepen opslag, behandeling en scheiding van onverenigbare gevaarlijke stoffen, en deze maatregelen beschermen de werknemers tegen de gevaren van fysisch-chemische eigenschappen van gevaarlijke stoffen.

Arbobesluit: Artikel 4.7 Maatregelen bij ongewilde gebeurtenissen
  1. Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, blijkt dat er gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers bestaat, zijn in aanvulling op artikel 15 van de wet doeltreffende procedures opgesteld die in werking treden indien zich een ongewilde gebeurtenis voordoet.
  2. Op grond van de procedures, bedoeld in het eerste lid, zijn zodanige technische of organisatorische maatregelen genomen, dat wanneer zich een ongewilde gebeurtenis voordoet de gevolgen hiervan zoveel mogelijk worden beperkt.
  3. Ter naleving van het tweede lid worden in ieder geval de volgende maatregelen genomen:
    1. er worden onmiddellijk doeltreffende maatregelen genomen om de gevolgen van een ongewilde gebeurtenis zoveel mogelijk te beperken en er wordt zo spoedig mogelijk zorg gedragen voor het herstel van de veilige toestand;
    2. de werknemers worden onverwijld ingelicht over de ongewilde gebeurtenis en er wordt zorg voor gedragen dat zij zich verwijderen uit de getroffen zone;
    3. uitsluitend de werknemers of andere personen, belast met het uitvoeren van de noodzakelijke herstelwerkzaamheden, betreden, met gebruik van doeltreffende middelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, de getroffen zone;
    4. de werknemers en andere personen, bedoeld in onderdeel c, zijn niet langer dan strikt noodzakelijk voor het herstel van de veilige toestand in de getroffen zone aanwezig;
    5. er zijn in aanvulling op artikel 15 van de wet doeltreffende waarschuwings- en andere communicatiesystemen beschikbaar ten behoeve van de signalering van een toegenomen risico voor de veiligheid en gezondheid en die voldoen aan het bepaalde bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8;
    6. er wordt voorkomen dat anderen dan de werknemers en andere personen, bedoeld in onderdeel c, de getroffen zone betreden.
  1. De werkgever zorgt ervoor dat de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15 van de wet, en de externe hulpverleningsorganisaties desgewenst kennis kunnen nemen van de maatregelen, bedoeld in het derde lid.
  2. De informatie over de maatregelen, bedoeld in het vierde lid, omvat in ieder geval:
    1. een beschrijving van de gevaren op grond van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2;
    2. een beschrijving van de redelijkerwijs voorzienbare specifieke gevaren op grond van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, die kunnen ontstaan bij een ongewilde gebeurtenis;
    3. een beschrijving van de maatregelen die zijn getroffen ter naleving van artikel 4.6, eerste en tweede lid;
    4. een omschrijving van de procedures, bedoeld in het eerste lid.

Arbobesluit: Artikel 4.10A Onderzoek
  1. Iedere werknemer die voor de eerste keer kan worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt, in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om vóór de aanvang van de werkzaamheden waarbij blootstelling kan ontstaan een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
  2. Indien bij een werknemer een schadelijke invloed op de gezondheid dan wel een aantoonbare ziekte wordt geconstateerd die het gevolg zou kunnen zijn van blootstelling aan gevaarlijke stoffen, worden werknemers, die op soortgelijke wijze zijn blootgesteld, tussentijds in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
  3. Op verzoek van de werkgever of de betrokken werknemer wordt het arbeidsgezondheidskundig onderzoek opnieuw aangeboden, dan wel opnieuw uitgevoerd. De resultaten van het hernieuwde onderzoek treden in de plaats van het daaraan voorafgaande.
  4. De werknemer wordt geïnformeerd over de wijze waarop hij na beëindiging van de blootstelling in de gelegenheid wordt gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. Alle gegevens die nodig zijn om de blootstelling van de werknemers aan gevaarlijke stoffen te kunnen beoordelen en te kunnen adviseren over de periodiciteit en inhoud van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, en de te nemen preventieve maatregelen kunnen worden ingezien door de deskundige persoon of arbodienst.


Meer informatie en nadere uitwerking brancheafspraken in:
 
   
   
 

 

 
 
 

< terug naar vorige pagina