U bent hier: Home - Risico's - Geraakt worden door voorwerp

Printvriendelijke versie

 
 
 

2.2 Geraakt worden door voorwerp (vallend, rondvliegend, wegschietend)/aanrijdgevaar




Geraakt worden door voorwerp (vallend, rondvliegend, wegschietend)
Met name bij sloopwerkzaamheden, zoals het verwijderen van oude dakbedekking en ballastlagen, is een zeker risico aanwezig dat de werknemer geraakt kan worden door voorwerp (vallend, rondvliegend, wegschietend). Een voorbeeld hiervan is het gebruik van bijvoorbeeld stortkokers. Bij horizontaal en verticaal transport van materialen kan men geraakt worden door voorwerpen en materialen. Bij krachtige, harde wind of storm kunnen voorwerpen of materialen losraken, verschuiven of wegrollen. Dergelijke weersomstandigheden vragen extra alertheid van werknemers bij het opstellen van staande ladders en steigers en dergelijke. In dat geval zijn extra preventieve maatregelen nodig. Het deelnemen aan het verkeer met name onder slechte weersomstandigheden en/of grote tijdsdruk vergroot de kans op verkeersongevallen. Indien de wagen niet goed beladen is kan de last gaan schuiven. Hierdoor wordt de wagen slecht bestuurbaar en bestaat er de kans op een verkeersongeval.

Aanrijdgevaar
Bij het uitstappen en laden en lossen ontstaan vaak ongebruikelijke verkeerssituaties. Hierbij is er kans op verkeersongelukken waarbij personen kunnen worden aangereden.


Welke beroepen hebben vaker te maken met geraakt worden door voorwerpen en materialen of aanrijdgevaar?

Dakdekker bitumen en kunststof daken
Magazijnmedewerker / (heftruck)chauffeur


Wat zegt de wet- en regelgeving?



Wettelijke verplichtingen

Arbobesluit: Artikel 3.15 Markering gevaarlijke plaatsen
  1. De plaatsen waar door de aard van het werk gevaar, met inbegrip van valgevaar of gevaar voor vallende voorwerpen, voorkomt of waar obstakels die niet verwijderd kunnen worden een gevaar voor de veiligheid vormen bij het verplaatsen van voertuigen of personen, worden duidelijk gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde.
  2. Alleen werknemers die beroepshalve of uit hoofde van hun functie de in het eerste lid bedoelde plaatsen moeten betreden, worden daar toegelaten.

Arbobesluit: Artikel 3.17 Voorkomen gevaar door voorwerpen, producten, vloeistoffen of gassen
  • Het gevaar te worden getroffen of geraakt door voorwerpen, producten of onderdelen
    daarvan dan wel vloeistoffen of gassen, of het gevaar bekneld te raken tussen voorwerpen, producten of onderdelen daarvan, wordt voorkomen en indien dat niet mogelijk is zoveel mogelijk beperkt. Artikel 3.16, vijfde lid, laatste volzin, is van toepassing.

Arbobesluit: Artikel 8.1 Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Een door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gesteld persoonlijk beschermingsmiddel is in overeenstemming met de betreffende bepalingen inzake ontwerp en constructie op het gebied van veiligheid en gezondheid, bedoeld in het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • In alle gevallen moet een persoonlijk beschermingsmiddel:
    • geschikt zijn voor de te vermijden gevaren, zonder zelf een vergroot gevaar in te houden;
    • beantwoorden aan de bestaande omstandigheden op de arbeidsplaats;
    • afgestemd zijn op de ergonomische eisen en de vereisten met betrekking tot de gezondheid van de werknemers;
    • na de nodige aanpassingen geschikt zijn voor de drager.
  • Indien verschillende gevaren het tegelijkertijd dragen van meer dan één persoonlijk beschermingsmiddel noodzakelijk maken, zijn deze persoonlijke beschermingsmiddelen op elkaar afgestemd en blijven zij doelmatig tegen het betreffende gevaar of de betreffende gevaren.
  • De keuze van het persoonlijk beschermingsmiddel en de wijze waarop dit gebruikt moet worden, met name wat betreft de duur van het dragen, worden bepaald afhankelijk van de ernst van het gevaar, de frequentie van de blootstelling aan het gevaar en de kenmerken van de arbeidsplaats van iedere werknemer afzonderlijk alsmede van de doelmatigheid van het persoonlijk beschermingsmiddel.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen worden slechts voor de beoogde doeleinden en overeenkomstig de gebruiksaanwijzing gebruikt.

Arbobesluit: Artikel 8.2 Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Alvorens een persoonlijk beschermingsmiddel te kiezen maakt de werkgever, in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de Arbowet, een beoordeling van de uitrusting die hij voornemens is ter beschikking te stellen. Deze beoordeling omvat:
    1. een risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren die niet met andere middelen vermeden kunnen worden;
    2. een omschrijving van de kenmerken die de persoonlijke beschermingsmiddelen moeten bezitten om de onder a. vermelde gevaren te kunnen ondervangen, rekening houdend met eventuele gevaarbronnen die de persoonlijke beschermingsmiddelen zelf kunnen vormen;
    3. een risico-inventarisatie en -evaluatie van de kenmerken van de betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen die beschikbaar zijn, vergeleken met de onder b. bedoelde kenmerken.

Arbobesluit: Artikel 8.3 Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Als gevaar op de arbeidsplaats aanwezig is of kan ontstaan, zijn voor de werknemers die aan dat gevaar blootstaan of kunnen blootstaan, persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) in voldoende aantal beschikbaar.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen hebben ten minste een zelfde mate van beveiliging van de arbeid als een collectieve maatregel.
  • Werknemers dienen de persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken. Persoonlijke beschermingsmiddelen worden onderhouden, gerepareerd en zindelijk gehouden, en indien nodig vervangen.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn in beginsel bestemd voor gebruik door één persoon en afgestemd op de ergonomische eisen met betrekking tot de gezondheid van werknemers.
  • De duur van het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen is mede afhankelijk  van de voorschriften van de producent, de mate van de slijtage van het product en de blootstelling aan klimatologische omstandigheden. Daarnaast spelen de persoonlijke beperkingen van de gebruiker. Deze factoren komen steeds terug bij de periodieke keuring en visuele inspectie bij elk nieuw gebruik. 


CAO BIKUDAK
  • Artikel 14, Arbeidsomstandigheden, lid 2 (EHBO-doos).
  • Artikel 14, Arbeidsomstandigheden, lid 4 (PBM).
  • Artikel 14, Arbeidsomstandigheden, lid 7 (sancties).


Meer informatie en uitwerking brancheafspraken in:
 
   
   
 

 

 
 
 

< terug naar vorige pagina