U bent hier: Home - Risico's - Elektrocutie en verbranding

Printvriendelijke versie

 
 
 

2.1. Elektrocutie en verbranding




Elektriciteit is de belangrijkste energiebron voor licht, beweging, warmte en signalen op de bouwplaats. Bij elektriciteit denken we dikwijls niet aan gevaar en we gaan er soms routinematig mee om. Werken met elektriciteit is gevaarlijk wanneer de veiligheidsvoorschriften niet worden opgevolgd. Gevaar ontstaat ook als gereedschap aangepast of gerepareerd wordt door iemand anders dan een voldoende onderricht en daartoe bevoegd persoon.

Het in contact komen met elektriciteit kan op twee manieren plaatsvinden:
  • aanraking van delen die stroom voeren (bijvoorbeeld bovengrondse leidingen);
  • aanraking van delen die door een defect in de installatie, een slechte staat van onderhoud of als gevolg van een onjuist gebruik onder spanning staan;

De gevolgen hiervan kunnen verschillen:
  • stroomdoorgang door het lichaam met brandwonden en zelfs elektrocutie tot gevolg;
  • secundaire ongevallen (bijvoorbeeld vallen van hoogte door een schrikreactie);
  • brand/explosie (bijvoorbeeld door overbelasting, verhitting, kortsluiting).


Welk beroep heeft kans op elektrocutie en verbranding?

Dakdekker bitumen / kunststof daken


Wat zegt de wet- en regelgeving?



Wettelijke verplichtingen

Arbobesluit: Artikel 3.2 Algemene vereisten toegankelijkheid arbeidsplaatsen
  • Arbeidsplaatsen zijn veilig toegankelijk en kunnen veilig worden verlaten. Ze worden zodanig ontworpen, gebouwd, uitgerust, in bedrijf gesteld, gebruikt en onderhouden, dat gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers zoveel mogelijk is voorkomen. Voorts worden zij zindelijk, zoveel mogelijk vrij van stof en voor zover de veiligheid van de arbeidsplaats dat vereist, ordelijk gehouden.
  • Regelmatig wordt gecontroleerd of de op de arbeidsplaats aanwezige voorzieningen en genomen maatregelen ter bescherming van de werknemers nog adequaat functioneren.
  • Geconstateerde gebreken met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde voorzieningen en maatregelen die de veiligheid of de gezondheid kunnen beïnvloeden, worden zo snel mogelijk hersteld.

Arbobesluit: Artikel 3.4 Elektrische installaties
  1. Elektrische installaties zijn zodanig ontworpen, ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. Hiertoe zijn de nodige voorzieningen en beschermingsmaatregelen aangebracht. Daarbij is rekening gehouden met bijzondere eisen die kunnen voortkomen uit de wijze van het gebruik, de gebruiksomstandigheden, de te verwachten uitwendige invloeden en onderhoudswerkzaamheden.
  2. In een elektrische installatie zijn doeltreffende maatregelen genomen tegen het gevaar van brand, ontploffing, directe en indirecte aanraking en te dichte nadering.
  3. Van iedere elektrische installatie zijn duidelijke, steeds bijgewerkte schema’s beschikbaar alsmede alle overige gegevens die nodig zijn voor een veilig gebruik van de elektrische installatie.
  4. Het derde lid is niet van toepassing op elektrische installaties voor laagspanning van beperkte omvang.

Arbobesluit: Artikel 3.5 Elektrotechnische, bedienings- en andere werkzaamheden aan of nabij een elektrische installatie
  • Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door deskundige, voldoende onderrichte en daartoe bevoegde werknemers. Een ruimte met een elektrische installatie voor hoogspanning, waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen directe of indirecte aanraking en te dichte nadering, wordt alleen betreden in aanwezigheid van een tweede daartoe bevoegde persoon.
  • Werkzaamheden worden alleen uitgevoerd indien de installatie of het gedeelte waaraan wordt gewerkt spanningsloos is.

Arbobesluit: Artikel 3.29 Elektrische installaties en leidingen
  1. Elektrische installaties die voor de aanvang van de werkzaamheden reeds op de bouwplaats aanwezig zijn, worden geïdentificeerd, gecontroleerd en duidelijk gekenmerkt.
  2. Bovengrondse elektriciteitsleidingen worden zoveel mogelijk buiten de bouwplaats om geleid of spanningsloos gemaakt. Indien dat niet mogelijk is worden hekken of waarschuwingsborden geplaatst.
  3. Indien voertuigen onder elektriciteitsleidingen door moeten rijden worden beschermingen onder de leidingen aangebracht.
  4. Ondergrondse elektriciteitsleidingen, leidingen voor andere distributiesystemen en kabels worden voor de aanvang van grondverzetwerkzaamheden geïdentificeerd.
  5. Doeltreffende maatregelen worden genomen om de gevaren voor werknemers die zijn verbonden aan beschadiging van de in het vierde lid bedoelde leidingen en kabels, zoveel mogelijk te voorkomen.


Brancheafspraak BIKUDAK inzake organisatie BHV
In alle gevallen moet in een BIKUDAK-bedrijf worden voorzien in een werkende BHV-organisatie;
  • BHV inclusief bedrijfsnoodplan voor kantoor/magazijn/werkplaats/werkterrein.
  • Per project minimaal 1 opgeleide BHV’er aanwezig en regeling bij vervanging.
  • Belangrijk dat één BHV’er binnen 3 à 4 minuten op plaats ongeval/incident aanwezig kan zijn
  • Opleiding/training BHV’er is aangepast aan de te verwachten gevaren en afgestemd op de werkzaamheden en situaties die bij uitvoering van werkzaamheden op het dak voorkomen.
  • Indien sprake is van alleenwerkers moet voor hen een procedure worden gevolgd conform branchemodel SBD.
  • Medewerkers, bezoekers, opdrachtgever worden duidelijk geïnformeerd over de BHV-organisatie; daar waar mogelijk wordt samengewerkt met BHV-organisatie opdrachtgever.


CAO BIKUDAK
  • Artikel 14, Arbeidsomstandigheden, lid 1 (brandblussers).
  • Artikel 14, Arbeidsomstandigheden, lid 2 (EHBO).
  • Artikel 14, Arbeidsomstandigheden, lid 4 (PBM).


Meer informatie en uitwerking brancheafspraken in:

 
   
   
 

 

 
 
 

< terug naar vorige pagina