U bent hier: Home - Risico's - Lawaai

Printvriendelijke versie

 
 
 

1.3. Lawaai




Van lawaai is sprake als het geluid harder is dan 80 dB(A). Vanaf 80 dB(A) is geluid namelijk schadelijk voor het gehoor (maximale lawaaiblootstelling naar blootstellingduur). De vuistregel is dat als u een meter bij iemand vandaan staat en u moet uw stem verheffen om elkaar te kunnen verstaan, het geluid dan harder is dan 80 dB(A). In de dakbedekkingsbranche wordt veel gebruik gemaakt van machines en gereedschappen die lawaai maken. Het belangrijkste gevolg van werken in lawaai is gehoorschade (lawaaidoofheid).

Hoelang het duurt voordat gehoorschade optreedt, hangt af van het geluidniveau en de duur van de blootstelling aan dat geluid. Een gemiddelde lawaaiblootstelling is in de bouw, en zeker ook bij dakwerkzaamheden, niet vastomlijnd aan te geven. De lawaaiblootstelling is onder meer afhankelijk van de aard van de arbeid, de gebruikte arbeidsmiddelen en omgevingsfactoren.


Welke beroepen hebben te maken met lawaai?

In onderstaande opsomming staan de beroepen die aan een gemiddeld geluidniveau van meer dan 90 dB(A) worden blootgesteld.

Dakdekker bitumen en kunststof daken
Magazijnmedewerker / (heftruck)chauffeur


Wat zegt de wet- en regelgeving ?


Wettelijke verplichtingen

In de Arbowet en het Arbobesluit zijn grenswaarden voor geluid vastgesteld om werknemers te beschermen. Zie hiervoor het Arbobesluit, afdeling 3 van hoofdstuk 6, onderstaande artikelen 6.6 t/m 6.11.

Arbobesluit: Artikel 6.6 Definities
  • De dagelijkse blootstelling aan lawaai is gedefinieerd als het gemiddelde geluidsniveau gedurende een nominale werkdag van 8 uur, uitgedrukt in dB(A). De blootstelling omvat alle op het werk aanwezige geluiden met inbegrip van impulsgeluiden, zoals gedefinieerd in de internationale norm ISO 1999:1990, punt 3.6.

Arbobesluit: Artikel 6.7 Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen en meten
  • De werkgever is verplicht schadelijk geluid te inventariseren en te beoordelen, hij moet ervoor zorgen dat dit onderdeel uitmaakt van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
  • Rekening moet worden gehouden met meetonzekerheden, die zijn vastgesteld volgens bij het meten gangbare praktijk.
  • De gebruikte meetmethoden zijn op de desbetreffende omstandigheden afgestemd.
  • Wanneer gebruik wordt gemaakt van steekproeven zijn die representatief voor de persoonlijke blootstelling van een werknemer.

Bij het beoordelen van schadelijk geluid wordt onder meer aandacht besteed aan:
    • Het niveau, de aard en de duur van de blootstelling;
    • De mogelijke gevolgen en indirecte gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers en omgeving;
    • Arbeidsmiddelen die ontworpen zijn om het lawaai te verminderen;
    • De beschikbaarheid en het gebruik van individuele gehoorbeschermers.

Arbobesluit: Artikel 6.8 Maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling
  • Boven de 85 dB(A) moet de werkgever bron- of collectieve maatregelen treffen, zoals het afschermen, omkasten of dempen van het luchtgeluid, om het geluidniveau te verlagen tot onder de 85 dB(A). De plaatsen waar dit niet lukt, moet hij markeren.
  • Werknemers zijn in het gemarkeerde gebied verplicht hun gehoorbescherming te dragen. Vanaf 80 dB(A) dient de werkgever passende gehoorbeschermingsmiddelen te verstrekken.

Arbobesluit: Artikel 6.9 Weekgemiddelde geluid
  • Als de werknemer – in verband met het uitvoeren van bijzondere taken en naleving van de in artikel 6.8 genoemde verplichtingen niet gevergd kan worden - op een werkplek moet verblijven waar de dagelijkse blootstelling per werkdag aanmerkelijk verschilt, dan bedraagt de wekelijkse blootstelling, rekening houdend met de dempende werking van de individuele gehoorbeschermers, niet meer dan 87 dB(A). De werkgever moet doeltreffende maatregelen treffen om dit risico tot een minimum te beperken.

Arbobesluit: Artikel 6.10 Audiometrisch onderzoek
  • De werkgever moet zijn werknemers in de gelegenheid stellen om periodiek een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan waarbij hun gehoor wordt getest door audiometrie.

Arbobesluit: Artikel 6.10A Maatregelen bij gehoorbeschadiging
  • Als aantoonbaar is vastgesteld dat gehoorbeschadiging vermoedelijk door lawaai op het werk is veroorzaakt, wordt op de werkplek opnieuw een geluidsmeting uitgevoerd en worden de maatregelen ter voorkoming en beperking van blootstelling herzien en in de RI&E vastgelegd. De werknemer wordt in de gelegenheid gesteld tussentijds opnieuw een gehooronderzoek te ondergaan.

Arbobesluit: Artikel 6.11 Voorlichting en onderricht
  • Boven 80 dB(A) moet de werkgever zijn werknemers voorlichten en zorgen dat zij over de juiste gehoorbescherming beschikken en deze op een juiste wijze gebruiken. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het herkennen van signalen die kunnen leiden tot mogelijke gehoorbeschadiging.


CAO BIKUDAK
  • Artikel 14, Arbeidsomstandigheden, lid 4 (PBM).


Meer informatie en uitwerking brancheafspraken in:
 
   
   
 

 

 
 
 

< terug naar vorige pagina