U bent hier: Home - Risico's - Elektromagnetische straling

Printvriendelijke versie

 
 
 

1.5. Elektromagnetische straling (GSM zendmasten)




Tijdens werkzaamheden op daken wordt de dakdekker regelmatig geconfronteerd met zendmasten GSM- en UMTS voor mobiele telecommunicatie. Dergelijke zendmasten zijn herkenbaar aan een staafvormig (smal) uiterlijk, en zijn ongeveer 1 meter hoog. De montage vindt veelal plaats aan een hoofdmast op hoge gebouwen. Als doorstraalantennes gebruikt men vaak schotelvormige antennes met een diameter van 0,5 meter.

Afhankelijk van de afstand die zenders moeten overbruggen en de frequentie die zenders gebruiken, is een bepaald zendvermogen nodig. Het zendvermogen moet worden gebundeld en een richting gegeven. Bij GSM- en UMTS-antennes wordt het zendvermogen vrijwel geheel in horizontale richting uitgezonden. Buiten de bundel, bijvoorbeeld op het dak direct onder en achter de antenne, is daardoor slechts een gering percentage van het zendvermogen aanwezig.

Iedereen wordt blootgesteld aan elektromagnetische straling. Niet alleen in de nabijheid van een antenne, bij gebruik van een mobiele telefoon of bij radio- of televisieontvangst, maar ook bijvoorbeeld bij het passeren van een antidiefstalpoortje of in de nabijheid van elektriciteitskabels.
Een effect van elektromagnetische straling betreft de opwarming van het menselijk lichaam. Als de temperatuur in weefsels van het lichaam meer dan één graad Celsius stijgt kunnen nadelige gezondheidseffecten optreden zoals:
  • afnemend vermogen om taken te kunnen uitvoeren;
  • vertroebeling van de ooglens (staar);
  • verminderde vruchtbaarheid van de man;
  • beïnvloeding van de ontwikkeling van een ongeboren kind.

Bij complexe antenne-installaties moet vooraf informatie worden ingewonnen bij de eigenaar of operator van de antenne. Het is mogelijk om een antenne tijdelijk uit te schakelen. De toestemming voor het uitschakelen van de antenne moet in een schriftelijke verklaring worden vastgelegd, ondertekend door de operator. Beheerders van gebouwen en antenne-installaties zijn verplicht om alle relevante informatie te verstekken.

Als zendmasten niet tijdelijk kunnen worden uitgeschakeld:
Bereid de werkzaamheden dusdanig voor dat de blootstellingsduur minimaal is. Tijdens de werkzaamheden op het dak moet men buiten het stralingsbereik van de antennes blijven.
De veldsterkte van een GSM- en UMTS-antenne neemt snel af naarmate men meer afstand neemt tot de antenne. De gebouweigenaar behoort een duidelijk bord te plaatsen waarop de veilige afstand tot de antenne staat aangegeven.

Om buiten het stralingsgebied van een antenne te blijven, moet een horizontale afstand van 3 meter of meer tot de mast te worden aangehouden. Verticaal geldt een afstand van minimaal 0,5 meter. De horizontale openingshoek van de onveilige zone is ongeveer 120 graden. Voor schotelantennes kunnen dezelfde afstanden worden aangehouden.


Welk beroep heeft te maken met elektromagnetische straling?

Dakdekker bitumen en kunststof daken


Meer informatie
 
   
   
 

 

 
 
 

< terug naar vorige pagina